I'M HERE, I HAVE A GUN

Het fenomeen avondklok is in Los Angeles inmiddels een vertrouwde metgezel van diverse “Stay at Home” ordinanties. Maar het kreeg voor mij vooral betekenis tijdens de Black Lives Matter protesten in juni toen een plunderende menigte langs mijn straat trok en mijn telefoon onheilspellende waarschuwingen ontving over aangescherpte curfews. Ons lieflijke buurtje met boetiekjes, terrasjes en galerietjes, dat bekend staat als “walkable” (een unicum in deze uitgestrekte stad waar alles per auto gaat), werd letterlijk onder de voet gelopen. Wegversperringen, brandende politieauto’s, gepantserde voertuigen, schrille bevelen door megafoons. Ingesmeten ruiten, leeggeroofde winkels. Rubberen kogels die in mijn beleving door het keukenraam zoefden. We barricadeerden deuren en ramen. Op internet gingen verontrustende berichten rond: relschoppers werden opgeroepen om zich na de winkels op gegoede woonwijken te richten. Zodat er daar ook eens een besef zou ontstaan van wat het betekent om in angst te leven, om altijd op je hoede te moeten zijn. Of de oproepen authentiek waren werd betwist, maar de boodschap kwam aan. Zo voelde het dus om doelwit te zijn. De avondklok zelf was nooit echt een issue. Deze werd welhaast dankbaar geaccepteerd als beschermmiddel, zowel tegen het virus als tegen de onrust.

Het wekt verwondering dat in Nederland sommigen tegen de avondklok zelf ten oorlog strijden. Dat begon al met de ongeregeldheden in januari. Daar zat dezelfde door pandemie gestuwde lading achter als bij de relschoppers in LA, maar laatstgenoemden streden voor iets dat zij nooit hadden gekend: echte vrijheid om te zijn, waar in Nederland voor sommigen de tijdelijke inperking van iets dat ze altijd hebben gehad, kennelijk al onacceptabel is. Of ze dit echt zo voelden is trouwens nog de vraag. Aannemelijk is dat veel relschoppers de gelegenheid kaapten om gewoon even flink te rellen. Natuurlijk schoot ook in LA de relatief kleine groep plunderaars hun eigenlijke doel voorbij, qua moraliteit stonden ze ver af van de duizenden vreedzame BLM demonstranten die met urgente intenties, uiterst belangrijke inzichten brachten.

Momenteel wordt in Nederland de avondklok juridisch ter discussie gesteld door een groep die de maatregelen disproportioneel acht. Maar is het niet hun schreeuw om absolute vrijheid die disproportioneel aanvoelt? Vergelijkingen met een wereldoorlog of dictatuur, getrokken door mensen die geen benul hebben hoe het is om in volledige gevangenschap en oprechte doodsangst te leven.

Wat ze wellicht met elkaar gemeen hebben, oproerkraaiers en klokstrijders, is een gevoel van entitlement. Je hebt recht op bewegingsvrijheid, de straten zijn te allen tijde van jou. Je hebt het recht om te rellen, het recht om in elke situatie te leven naar eigen inzicht. In wezen worden hier tegenstellingen beoefend: “oorlog” omwille van vrijheid, individualisme als reactie op gemeenschapszin.

Nooit groter zag ik een tegenstelling dan die in New Orleans vlak na de verwoestende orkaan Katrina. Ik was er om te filmen. Ondanks een zekere kennis van de wereld, had niets mij hierop voorbereid. Bij aankomst troffen we een verlaten vliegveld, eenzame koffers, geen taxi of bus. De buitenlucht liet ons zwetend weten dat dit de hel was, verraderlijk vochtig en heet. Een local gaf ons een lift naar het centrum, met tussenstop voor proviand. Lege schappen, voorbode van een ontzielde stad. Op stap met het Army Corps of Engineers en een Nederlandse crisismanager die de omgeving kwam leegpompen, belandden we in een moeras van verloren gebieden. In der haast ontvluchtte woningen, brokstukjes huis met schrijnende relikwieën van vergane heiligdommen: verzopen trouwfoto’s, roestende kinderfietsjes, dobberende flessen champagne. Dikke verf markeerde de deuren die overeind waren gebleven, door het leger gemaakte optelsommen van gevonden mensen, dead or alive. Leuzen op gevels in de binnenstad: I’m here, I have a gun. De sfeer grimmig en onheilspellend. Geen stap zonder toezicht. En ja, er was een avondklok. Maar voor wie? Er was geen hond te bekennen. 's Avonds glipten we net op tijd ons duistere hotel uit. Het legendarische French Quarter. Bourbon Street lag om de hoek. Dat moest je toch gezien hebben. Maar de straat bood een doodse, kille aanblik. Legervoertuigen rolden door de donkere nacht. Stilte. En toen, opeens, klanken van achter een deur. Nieuwsgierig traden we binnen. Plots stonden we midden in een feestende, zuipende massa. De geest van Bourbon Street zegevierde. Uit alle natte hoeken en kieren van de stad moeten ze hierheen getogen zijn, de drenkelingen die zich wilden bedrinken. Het was krankzinnig om te zien, om überhaupt mensen te zien na dagen van leegte. En de soldaten op straat lieten het zomaar gebeuren. Want hier werd een avondklok met de voeten getreden, niet om te strijden, maar om te overleven. Precies dat eigenlijk, waarvoor een avondklok bedoeld is.

Januari 2021

Marieke Oudejans Comment